Partneralimentatie

Wat is partneralimentatie?

Na een scheiding blijft u verplicht om financieel voor elkaar te zorgen. Heeft één van de ex-partners onvoldoende inkomsten om een levensstandaard zoals tijdens het huwelijk te bekostigen, dan moet de ander alimentatie betalen.

 

Wie heeft u recht op partneralimentatie?

U was getrouwd of had een geregistreerd partnerschap. Nadat u uit elkaar bent, heeft u nog steeds een onderhoudsplicht. Dit betekent dat u financieel voor elkaar moet blijven zorgen. Heeft uw ex partner geen of niet genoeg geld om van te leven, maar u wel? Dan moet u partneralimentatie betalen.

 

Hoe wordt partner alimentatie vastgesteld?

U kunt samen met uw ex-partner afspraken maken over de hoogte van de alimentatie. U kunt dit doen door samen een bedrag te bepalen waarvan u allebei vindt dat het redelijk en billijk is. Of u heeft allebei een ongeveer gelijk inkomen en u ziet daarom af van het betalen/ontvangen van partneralimentatie.

Ook kunt u een berekening laten maken. Voor een alimentatieberekening wordt gebruik gemaakt van trema normen. Bij de trema normen wordt gekeken naar draagkracht en behoefte. Hiervoor zijn inkomensgegevens en gegevens over uitgaven nodig. De alimentatiebetaler kan nooit meer alimentatie betalen dan zijn/haar draagkracht toelaat.

Wat is draagkracht:
Wat is het inkomen en wat is er maandelijks nodig om rond te kunnen komen. Het verschil daartussen noemt men draagkracht. De draagkracht is de financiële ruimte die gebruikt kan worden voor de betaling van alimentatie.

 

Partneralimentatie en kinderalimentatie

In dit artikel leest u informatie over partneralimentatie. Naast partneralimentatie kan er ook sprake zijn van alimentatie voor de kinderen: De Kinderalimentatie. De hoogte van kinderalimentatie en partneralimentatie worden in dezelfde berekening bepaald. Ook hierbij worden de tremanormen toegepast en wordt de draagkracht berekend.

Bent u het samen eens over de hoogte van de alimentatie dan is het (laten) maken van een berekening niet verplicht.

De regel is dat kinderalimentatie voor de betaling van partneralimentatie gaat. Dat betekent dat als er onvoldoende draagkracht is voor het betalen van kinderalimentatie EN partneralimentatie, er eerst kinderalimentatie wordt betaald. Van de draagkracht die overblijft wordt partneralimentatie betaald. Is er een tekort aan draagkracht, dan wordt er geen of gedeeltelijke alimentatie betaald.

 

Trema normen

Trema normen worden gebruik om alimentatiebedragen uit te rekenen. Ook de rechtbank maakt bij alimentatieberekeningen gebruik van tremanormen. Het bevat richtlijnen waarmee bepaald worden wat de behoefte aan alimentatie is en hoeveel de alimentatieplichtige kan bijdragen. (draagkracht)

 

Indexering partner alimentatie

Voor alimentatie wordt ieder jaar een wettelijk indexering percentage vastgesteld. Dit zowel voor partneralimentatie als voor kinderalimentatie. Op deze manier stijgt het alimentatiebedrag mee met de gemiddelde loonstijgingen.

Voor de vaststelling van het percentage wordt gekeken naar het loonindexcijfer. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent dit cijfer jaarlijks. Hierbij kijkt het CBS naar de salarisontwikkeling bij bedrijfsleven, overheid en in andere sectoren.

De Minister van Justitie stelt het indexering percentage vast. Het is aan u en uw partner om de indexering te berekenen. U kunt zelf de hoogte van het geïndexeerde bedrag berekenen. Dit kunt u doen op de website van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. LBIO

 

Partneralimentatie en toeslagen

Partneralimentatie  kan van invloed zijn op toeslagen die u van de belastingdienst ontvangt.  Misschien gaat u huren en komt u in aanmerking voor huurtoeslag, of had u geen recht op zorgtoeslag en/of kindgebonden budget en in de nieuwe situatie wel.  Of gaat u na de scheiding meer werken en heeft u juist geen recht meer op een toeslag.

De belastingdienst toetst achteraf of u recht had op de toeslagen die u heeft ontvangen.  Geef wijziging in uw situatie altijd door aan de belastingdienst!

 

 

Termijn van partneralimentatie

U kunt met uw partner een termijn voor partneralimentatie afspreken. Komt u er samen niet uit dan zijn er wettelijke termijnen. Spreekt u een termijn af die korter is dan de wettelijke termijn dan kunt u te maken krijgen met het verhaalrecht van gemeenten.

Is uw scheiding op of na 1 juli 1994 gesloten? Dan gelden de volgende wettelijke termijnen:

  • maximaal 12 jaar voor een huwelijk met kinderen;
  • maximaal 12 jaar voor een huwelijk zonder kinderen als het huwelijk langer duurde dan 5 jaar;
  • net zolang als het huwelijk duurde bij een huwelijk korter dan 5 jaar zonder kinderen.

 

De termijnen gelden ook als een geregistreerd partnerschap eindigt via de rechter.

Voor scheidingen van voor 1 juli 1994 gelden geen wettelijke termijnen. De betalingsverplichting stopt na de termijn die u met uw ex-partner heeft afgesproken of de periode die de rechter heeft vastgesteld.

 

Wanneer stopt partner alimentatie?

Uw partneralimentatie stopt als uw ex-partner:

-zelf weer genoeg inkomsten heeft om van te leven;

-met een ander trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen;

-overlijdt;

-de betalingsverplichting stopt na de termijn die u met uw ex-partner heeft afgesproken of de periode die de rechter heeft vastgesteld.

 

 

Partneralimentatie en nieuwe wetgeving.

Op 21 mei 2019 nam de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel Wet herziening partneralimentatie aan. Door deze wetswijziging wijzigt de maximale wettelijke duur van het recht op partneralimentatie. De wijzigingen gaan naar verwachting in op 1 januari 2020.

 

Om te beginnen blijft een aantal zaken met betrekking tot partneralimentatie ongewijzigd:

  • Ongehuwden hebben geen wettelijk recht op partneralimentatie.
  • Het recht op partneralimentatie kan niet in huwelijkse voorwaarden worden uitgesloten.
  • De wettelijke grondslag blijft gelijk.
  • De hoogte van de bijdrage en het inkomen zijn niet wettelijk gedefinieerd (de berekening blijft gebaseerd op de Trema richtlijn)
  • De wettelijke bepalingen betreffende wijziging van de partneralimentatie blijven gelijk.

 

Wat wijzigt er dan wel:

  • De maximale wettelijke duur.
  • De berekening van de behoefte en de draagkracht moet door de rechter worden aangehecht aan de beschikking (dit was voorheen niet verplicht).

De nieuwe maximale wettelijke duur
De oude hoofdregel voor het vaststellen van de maximale wettelijke duur van partneralimentatie was: maximaal 12 jaar en bij huwelijken korter dan 5 jaar zonder kinderen de duur van het huwelijk.

De nieuwe hoofdregel wordt: de helft van de huwelijkse periode met een maximum van 5 jaar.
Hierop bestaan 3 uitzonderingen. Deze zijn van toepassing als ze een langer recht op partneralimentatie geven dan de hoofdregel.

  1. Er zijn uit het huwelijk geboren minderjarige kinderen jonger dan 12 jaar: duur partneralimentatie maximaal tot het jongste kind 12 jaar is.
  2. Op de datum van het indienen van het echtscheidingsverzoek heeft het huwelijk langer geduurd dan 15 jaar én de alimentatiegerechtigde bereikt binnen 10 jaar de AOW gerechtigde leeftijd: duur partneralimentatie maximaal tot de AOW-gerechtigde leeftijd.
  3. Op de datum van het indienen van het echtscheidingsverzoek heeft het huwelijk langer geduurd dan 15 jaar én de alimentatiegerechtigde is geboren voor 1 januari 1970 en meer dan 10 jaar jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd: duur partneralimentatie maximaal 10 jaar.

Voor uitzondering 2 en 3 geldt als peildatum de datum van het indienen van het echtscheidingsverzoek.

Voor de hoofdregel geldt de werkelijke duur van het huwelijk (tot de inschrijvingsdatum van de echtscheiding).

Voor wie gaan de nieuwe regels gelden?
De nieuwe wet voorziet in een overgangsrecht. Hierdoor blijven alle bestaande rechten op partneralimentatie ongewijzigd. Dit betekent dat de oude wettelijke regels van toepassing blijven op:

  • door de rechter vastgestelde partneralimentatie;
  • door partijen overeengekomen partneralimentatie;
  • door een alimentatiegerechtigde ingediend verzoek tot vaststelling van partneralimentatie;

vóór de datum van het in werking treden van het nieuwe wetsvoorstel.

 

Partneralimentatie en belastingaangifte:

De partneralimentatie die u betaalt mag u in de aangifte inkomsten belasting aftrekken. Ontvangt u partneralimentatie, dan moet u bij de aangifte inkomsten belasting de alimentatie opgeven als inkomen.

Daarom wordt het bedrag van de partneralimentatie een bruto bedrag genoemd. Het maakt niet uit of u de hoogte van de partneralimentatie samen heeft vastgesteld of dat de rechter dat heeft gedaan.

Vanaf 2020 verlaagt het kabinet voor  huishoudens met inkomen boven de € 68.507,- het aftrektarief voor de partneralimentatie. Dit gebeurd stapsgewijs, vanaf 2023 is het maximale tarief voor het aftrekken van partneralimentatie 37,05%

Afbouw maximaal aftrektarief betaalde partneralimentatie:
Jaar Maximaal aftrektarief
2020 46%
2021 43%
2022 40%
2023 37,05%

De verlaging van het aftrektarief kan gevolgen hebben voor de hoogte van de partneralimentatie. Bij de vaststelling daarvan wordt namelijk rekening gehouden met het fiscale voordeel van de aftrekpost voor partneralimentatie. Omdat het fiscale voordeel lager wordt, stijgen de maandelijkse lasten voor de partner die alimentatie betaalt.

Als u dit jaar (2019) gaat scheiden, is het verstandig rekening te houden met de verlaging van het aftrektarief in de komende jaren.

 

Partneralimentatie en bijstand

Wanneer u onvoldoende inkomen heeft kunt u een bijstand uitkering aanvragen. U moet hiervoor voldoen aan geldende voorwaarden.

Heeft u samen afgesproken dat er geen alimentatie wordt betaald en u vraagt een bijstandsuitkering aan dan heeft de gemeente het recht om na te gaan of u recht heeft op alimentatie en of het alimentatie bedrag niet te laag is. De gemeente mag tot 12 jaar nadat u uit elkaar bent gegaan de bijstand verhalen op de ex-partner.

Niet elke gemeente past deze regel even streng toe.

 

Partneralimentatie wordt niet betaald

Als uw partner de alimentatie niet betaalt, is het verstandig om eerst in gesprek te gaan. Uiteraard kunt u daarvoor uw mediator inschakelen, vaak blijkt dat er voor de alimentatieplichtige een reden is om de alimentatie niet te betalen.

Is een gesprek niet mogelijk dan kunt u contact opnemen met het LBIO. Het LBIO is een overheidsinstelling opgericht door de minister van Justitie en veiligheid. Zij kunnen u helpen:

  • als de bijdrage door de rechter is vastgesteld;
  • als er minimaal één maand achterstand is (u ontvangt niets of te weinig);
  • als de betalingsachterstand minimaal € 10,- is;
  • voor een achterstand die op het moment van uw verzoek niet ouder is dan 6 maanden (het LBIO kan wel een achterstand innen die ouder is dan 6 maanden als het een rechterlijke uitspraak betreft die binnen die 6 maanden is afgegeven en waarin een bijdrage met terugwerkende kracht is opgelegd);
  • als de betalingsplichtige op de hoogte is gesteld van het bankrekeningnummer waarop hij of zij de alimentatie over kan maken.

Meer informatie kunt u nalezen op de website van het LBIO.